B.A. bestuurders van een VZW

Voor de V.Z.W.-bestuurders zijn er de aansprakelijkheidsrisico’s : bestuurders hebben met de V.Z.W. een contractuele rechtsverhouding als lasthebber (art. 1991 e.v. B.W.). Zij kunnen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor fouten in beleid en bestuur begaan bij het vervullen van het hen toevertrouwde mandaat. Deze fouten zijn vergelijkbaar met de beroepsfouten van de maatschappelijke lasthebbers van vennootschappen en situeren zich in het financieel en administratief beheer door de bestuurders van de V.Z.W. waargenomen.

Een V.Z.W.-bestuurder kan in die hoedanigheid worden geconfronteerd met zowel contractuele als extracontractuele aansprakelijkheidsvorderingen die voor hem een persoonlijk vermogensrisico betekenen, t.t.z. waarbij zijn persoonlijk patrimonium op het spel staat.

Contractuele vorderingen kunnen enkel worden ingesteld door de V.Z.W.
Wanneer de contractuele wanprestatie van de bestuurder tezelfdertijd een onrechtmatige daad uitmaakt, t.t.z. een tekortkoming aan de algemene zorgvuldigheidsplicht die de wet aan eenieder oplegt en er samenloop ontstaat, kan er ook extracontractueel worden gevorderd niet alleen door de V.Z.W. doch ook door derden. Deze aan de beroepsaansprakelijkheid van maatschappelijke lasthebbers analoge verzekeringsdekking dient te voorzien in het schadeloos stellen van de V.Z.W.-bestuurders voor de financiële gevolgen van elke aansprakelijkheidsvordering die tegen hen wordt ingesteld ingevolge een fout als lasthebber van de V.Z.W. begaan in het bestuur/beleid van de V.Z.W.