Verzekering contractuele aansprakelijkheid

Als je een zaal huurt, dan wordt er verwacht dat je de zaal na afloop in dezelfde staat achterlaat als waarin de zaal zich bevond voor de activiteit. Als er schade is, dan wordt volgens het Burgerlijk Wetboek ‘de huurder vermoed aansprakelijk te zijn’. Tenzij natuurlijk het tegendeel kan bewezen worden, en het bijvoorbeeld gaat om:

  • een geval van overmacht (bvb. blikseminslag);
  • een niet-oordeelkundige bouwconstructie;
  • het overslaan van vuur van een naburig goed.

Als de zaaleigenaar een brandverzekering heeft met afstand van verhaal ten aanzien van de huurders dan zijn een aantal schadegevallen ten gevolge van brand, ontploffing, wateroverlast, … verzekerd met deze brandverzekering. Schade die echter werd veroorzaakt door een oorzaak die niet in de brandpolis omschreven staat, is dus niet door deze polis verzekerd.

Ook de polis burgerlijke aansprakelijkheid dekt enkel de buiten-contractuele aansprakelijkheid. Een “toevertrouwde zaak” is meestal uitdrukkelijk uitgesloten binnen de gewone BA, toevertrouwde zaken worden niet verzekerd via de Burgerlijke Aansprakelijkheidsverzekering. Met een verzekering contractuele aansprakelijkheid kan de schade die door toedoen van de organisator tijdens een activiteit ontstaan is, worden vergoed.

Opmerkingen:
De verzekeringsmaatschappij kan echter altijd de onkosten van de schade terugeisen van de verantwoordelijke voor de schade (als deze gevonden wordt), als:

  • het een ‘vrijwillige’ schade betreft: van iedereen;
  • het een ‘onvrijwillige’ schade betreft: van iedereen die niet tot de medewerkers van de organisatie behoort. M.a.w. vandalisme wordt niet gedekt door deze verzekering, de verzekering zal trachten de onkosten die hieraan vasthangen te verhalen op de dader.
  • Bij herhaaldelijk schadegevallen kan de verzekeringsmaatschappij weigeren nog langer te verzekeren.